Étiquette : Schilderkunst
Leo Spaepen oncijfert de code van Bruegel

Op zaterdag 11 juli sprak Karel Vereycken met Leo Spaepen, classicus en voormalig docent kunstgeschiedenis, auteur van het boek De Bruegel Code. Pieter Bruegel de Oude, politiek commentator en pacifist. (Uitgeverij MER Books, 2025, ISBN 9789493410732, 39,90 €).
Met enkele voetnoten van Karel Vereycken.
Interview: « Bruegel schilderde geschiedenis ! »

Karel Vereycken: Beste Leo, je hebt een prachtig boek geschreven: De Bruegel Code. We staan hier op een historische locatie in het centrum van Wijnegem: de oude herberg De Swaen, die in zijn vroegere vorm is afgebeeld op een schilderij van Bruegel, De volkstelling te Bethlehem (1566, Koninklijke Musea voor Schone Kunsten, Brussel). Vanuit die vondst heb je na veel studie een heel nieuwe kijk ontwikkeld op Bruegel en zijn werk. Kan je iets zeggen over het ontstaan van je boek?
Leo Spaepen: Dat is een lange geschiedenis, die al teruggaat tot mijn jeugdjaren. Ik heb immers altijd al een sentimentele band gehad met dit gebouwtje, want ik ben in de buurt opgegroeid. Bovendien heb ik er als jong gemeenteraadslid mee voor gestreden om dit stuk erfgoed voor afbraak te behoeden. Maar toen wist ik nog helemaal niet dat het iets met Bruegel te maken had.


Rechts: Pieter Bruegel de Oude, De volkstelling te Bethlehem, detail (KMSK Brussel).
Worden hier mensen geteld of belastingen ontvangen?
Dat is pas duidelijk geworden in 2004, toen een Wijnegemse historicus ontdekte dat de herberg De Swaen centraal staat op het schilderij van Bruegel De volkstelling te Bethlehem. Identiek hetzelfde gebouw staat namelijk op een tekening uit het Louvre, die werd toegeschreven aan Pieter Bruegel de Oude (circa 1525-1569). Onder die schets is met potlood geschreven: ‘Te Wijnegem’.

Daaruit konden we al afleiden dat ook het schilderij zelf misschien wel iets met Wijnegem heeft te maken gehad. Een verdere stap kwam er met het onderzoek van Tine Meganck, die in 2018 werkte voor het museum van Brussel.
Zij heeft het verband gelegd met de zestiende-eeuwse heer van Wijnegem Jan Vleminck (1527-1568) 1, op wiens domein de herberg stond en die er dus de eigenaar van was.
Volgens Meganck was het deze Jan Vleminck die bij Breugel het schilderij heeft besteld, om er zijn aanstelling tot heer van Wijnegem mee te vereeuwigen, en zijn recht om daar belastingen te innen.2
Op het eerste gezicht behandelt dat schilderij alleen maar een Bijbels onderwerp, met name een volkstelling ten tijde van keizer Augustus. Maar als we een beetje beter kijken, dan zien we de dubbele bodem. De mensen op het schilderij laten zich niet alleen registreren, maar ze betalen ook cijnzen en belastingen die ze verschuldigd zijn aan de nieuwe heer van Wijnegem!
KV: Ze gaan dus naar Bethlehem om zich te laten tellen, maar hun reis eindigt in Wijnegem, waar ze plotseling belasting moeten betalen…
LS: Ja, het is een beetje surrealistisch. Bruegel gooit hier eigenlijk twee verhalen door elkaar: een Bijbels en een eigentijds. We zouden het met een grapje nog anders kunnen zeggen: uit het schilderij blijkt eigenlijk dat Jezus Christus niet in Bethlehem is geboren, maar in Wijnegem!
Na het werk van Tine Meganck gelezen te hebben, begon ik daarover na te denken. Bruegel werkte hier dus met twee betekenislagen: een oppervlakkige en een diepere betekenis. Ik vroeg me af: als hij in De volkstelling twee verhalen met elkaar heeft vermengd, heeft hij hetzelfde procedé dan misschien ook niet in andere schilderijen toegepast?
Grondig onderzoek bracht aan het licht dat dit inderdaad het geval was. De ontdekking van dat vaste patroon was een verrassing en betekende een grote doorbraak in de Bruegelstudie, want vele bekende schilderijen die nooit goed werden begrepen, kregen nu plots een simpele en bovendien samenhangende verklaring.
KV: dus vandaar de naam ‘De Bruegel Code’, een soort sleutel die je hebt gevonden om zijn werk te begrijpen?
LS: Zeker, en die sleutel is eigenlijk heel eenvoudig. Bruegel maakte vergelijkingen: verhaal A doet denken aan verhaal B. De betaling van belastingen aan Jan Vleminck deed hem denken aan de telling van de bevolking in de tijd van Augustus, want in de twee gevallen stroomden de mensen ergens toe om zich laten opschrijven. Op basis van dit associatieve verband maakte hij dus van twee verhalen één schilderij met een dubbelzinnige betekenis.
KV: Op die manier kon Bruegel dus eigenlijk commentaar geven op de politieke gebeurtenissen van zijn tijd.
LS: Ja, want De volkstelling te Bethlehem is slechts een onschuldig voorbeeld. Maar als we andere schilderijen van Bruegel bekijken, dan zien we dat die techniek van de dubbele bodem niet zo onschuldig is. De diepere betekenislaag heeft immers meestal te maken met het bittere politieke en religieuze conflict van die tijd: de strijd van de katholieke machthebbers tegen het opkomende protestantisme.
Die machthebbers, dat waren koning Filips II van Spanje bovenaan, en ter plaatse de landvoogdes van de Nederlanden Margaretha van Parma, en haar adviseur kardinaal Granvelle, die er als waakhond moest op letten dat zij de instructies van de grote baas goed opvolgde.



KV: Samen met de andere leden van de ‘geheime raad’.3
LS: Inderdaad. Van democratie en van vrije meningsuiting was toen nog geen sprake, en maatschappijkritiek was dus altijd gevaarlijk. Bruegel moest zijn commentaren daarom verstoppen onder een dikke bovenlaag. Zo kon hij bijvoorbeeld pacifistische standpunten innemen, die men niet kon zien als men oppervlakkig enkel naar het Bijbelverhaal keek.
De kindermoord te Bethlehem
In hetzelfde jaar als De volkstelling te Bethlehem (1566) schilderde hij De kindermoord te Bethlehem, ook bekend als De moord op de onnozele kinderen, waarin hij zich duidelijk uitsprak tegen het geweld van de beeldenstormers. 4
Het A-verhaal, over het vernielen van kunstwerken door godsdienstfanaten, verstopte hij onder het B-verhaal over onschuldige kinderen die werden gedood door de soldaten van koning Herodes.

Is dit een brutale moordpartij of zwaar vandalisme?
KV: Dankzij die methode kon de schilder ook zelf ontsnappen aan vervolging.
LS: Ja, want hij was zelf sterk beïnvloed door een Duitse ‘goeroe’ met onorthodoxe religieuze opvattingen. 5 Hij moest dus dubbel voorzichtig zijn wanneer hij in zijn schilderijen, die soms echte politieke cartoons waren, de katholieke machthebbers op de korrel nam, want daarmee kon hij gemakkelijk worden beschuldigd van sympathie voor de ketterij. Niet onterecht trouwens.
De Dulle Griet

KV: Kritiek op het beleid zit zeker in De Dulle Griet (1563, Museum Mayer van den Bergh, Antwerpen), misschien wel het moeilijkste en het minst begrepen schilderij dat ooit in de Lage Landen is gemaakt. Je boek levert ons een nieuwe en verrassende interpretatie van dit werk.
LS: Ik hoefde enkel de formule, die ik ontdekt heb in De volkstelling, toe te passen op dat schilderij. Maar dat kostte wel wat moeite, want zowel het A- als het B-verhaal van De Dulle Griet waren onbekend. Maar niet in die tijd! Toen kende iedereen het verhaal over de vrouw die zo vermetel was dat zij een roof durfde te plegen voor de hel. Die figuur komt uit een rederijkersklucht, die nu is verloren gegaan. Dat verhaal reconstrueren was een grotere uitdaging dan het vinden van het politieke verhaal dat erachter zit. Want ik kwam al snel tot het besef dat ‘Griet’ niets anders is dan de verkorte, volkse voornaam van Margaretha van Parma. En wie die centrale figuur is met zijn rozerode mantel, was voor mij ook vlug duidelijk: Granvelle, de bisschop, kardinaal en raadgever van Margaretha van Parma.

Vechten hier vrouwen tegen mannen of katholieken tegen ketters?
KV: Waarom strooit de kardinaal, in het schilderij, geld uit zijn achterwerk uit over de vrouwen?

LS: Dat gevaarlijke detail verwijst naar het feit dat Granvelle burgers betaalde om de protestanten te verklikken aan de inquisitie. In het B-verhaal had die reus normaal met stenen moeten gooien, maar omdat stenen en geld niet samengingen, moest Bruegel kiezen en heeft hij de ‘veilige’ versie met de stenen gebruikt in een modeltekening … bewaard. De tekening, die zich vandaag in het Kunstpalast van Düsseldorf bevindt, bevestigt impliciet de juistheid van de gevonden code.
Zo is er ook die mand met kostbare huisraad en juwelen, die Griet onder haar arm houdt. Die verwijst naar het plegen van een roof voor de hel in het B-verhaal, maar ook naar de inbeslagname van de bezittingen van de veroordeelde ketters in het A-verhaal. Die ketters werden eerst van hun goederen beroofd, vooraleer ze naar de brandstapel werden verwezen. En die brandstapel is dan natuurlijk de hel, waarin Griet hen met haar zwaard drijft.
Alle details van het schilderij kunnen we dus op twee manieren uitleggen. Zo kunnen we ook de twee verhalen uit elkaar halen: enerzijds de strijd tussen luie mannen en boze vrouwen, en anderzijds de strijd tussen ‘slechte’ ketters en ‘goede’ katholieken. Alles is dubbelzinnig. Een schitterende puzzel!
KV: Je schrijft in je inleiding dat Bruegel als politiek commentator niet nieuw is, maar dat die kijk op de schilder zeker niet algemeen wordt aanvaard.
LS: In België zijn de ‘negationisten’ nog heel dominant, zoals ik zelf heb kunnen ondervinden. Zo worden artikels over politieke interpretaties van Bruegel onder allerlei voorwendsels geweigerd. In het buitenland daarentegen is de vraag of er politieke boodschappen zitten in Bruegels werk wél al langer onderzocht. Het ging daarbij echter altijd maar over één, twee of hooguit drie schilderijen, en nooit leverde het overtuigende resultaten op.
In Maastricht liep bijvoorbeeld in 2021 een expositie met als titel: Kunst als verborgen verzet? 6 Met vraagteken. Het ging over het schilderij De kruisgang van Christus, maar het vraagteken en de twijfel kreeg men niet weg. Ook in Duitsland en in Amerika zijn kunsthistorici al langer met dat onderzoek bezig, steeds met vage vermoedens als resultaat.
Tot mijn grote verwondering had echter nog nooit iemand systematisch gezocht naar verbanden tussen Bruegels schilderijen en de actualiteit van toen. Zelf heb ik daarom niet twee of drie, maar alle allegorische schilderijen chronologisch geordend en dan geconfronteerd met de gebeurtenissen van de jaren 1560, zoals die beschreven zijn in kronieken, brieven en geschiedenisboeken. Dat onderzoek bevestigde, aan de hand van talrijke aanwijzingen, dat Pieter Bruegel de Oude in minstens een vijftiental schilderijen het politiek-religieuze conflict van zijn tijd op de voet volgde, tot en met de eerste veldslagen van de Tachtigjarige Oorlog (1568-1648).
Mijn boek gaat dus niet enkel over kunst, maar ook over geschiedenis, en vooral over het verband tussen beide. Bruegel schilderde geschiedenis!
KV: Nogmaals bedankt voor dit boeiende werk, dat volgens mij een belangrijke stap is naar een beter begrip van Bruegel en van onze cultuurgeschiedenis. (Bericht aan de kijker:) Koop dus dit boek, en vooral: lees het!
VOETNOTEN:
- De familie Vleminck vestigde zich in Antwerpen waar zij een belangrijke rol speelde in de internationale handel. Jan Vleminck huwde op 21 juli 1561 met Isabella Schetz, dochter van bankier Gaspar Schetz (1513-1580). Samen met Balthazar en Melchior, was Gaspar één van de drie zonen van Keizer Karels Antwerpse bankier Erasmus Schetz, ook een vriend en geldschieter van Erasmus. Melchior Schetz was de Prins van de antwerpse rederijkerskamer De Violieren en in die functie, samen met buitenburgemeester Anthonis Van Straelen, een hoofdfiguur voor de organisatie van het roemrijke Antwerpse Landjuweel van 1561. ↩︎
- Tine Luk Meganck, ‘Volkstelling te Bethlehem. Winter van een gouden tijdperk’ in: Bruegels wintertaferelen. Historici en kunsthistorici in dialoog, eds. Tine Luk Meganck en Sabine van Sprang, 2018, p. 85-127. ↩︎
- Charles de Berlaymont (1510-1578), Antoine Perrenot de Granvelle (1517-1582) et Viglius van Aytta (1507-1577) waren in de tijd van Bruegel de drie kopstukken van de Geheime raad (consulta), opgericht door Keizer Karel. ↩︎
- De Beeldenstorm was een vernieling op grote schaal van heiligenbeelden en andere objecten van katholieke religieuze plaatsen in de Lage Landen, die plaatsvond in 1566. ↩︎
- Met name, de Duitse mysticus Hendrik Niclaes (1501-1580), oprichter in 1539 van de Familia Caritatis (‘Huis der Liefde.’) een bijna geheime groep die een grote aantrekkingskracht had op intellectuelen, kooplieden en kunstenaars. Niclaes riep op tot een individueel godsbesef en dacht dat verschillende opvattingen op een dieper niveau tot harmonie gebracht konden worden. Het was een contemplatieve, tolerante levenshouding die veelal bleek voorbehouden aan ontwikkelde mensen. Een wijsgeer als Socrates, die alle gezag en wereldlijke kennis relativeerde, genoot grote populariteit in deze kringen. Worden in verband gebracht met het Huis der Liefde (zonder noodzakelijk lidmaatschap daarvan) : drukkers Christoffel Plantijn, John Gailliart, de humanisten Abraham Ortelius, Justus Lipsius, Andreas Masius, Goropius Becanus, Benito Arias Montano, de dichters Peeter Heyns, Jan van der Noot, Lucas d’Heere, de kunstschilders Pieter Bruegel de Oude, Filips Galle, Joris Hoefnagel, de theoloog Hubert Duifhuis, de schrijver Dirck Volkertsz. Coornhert, ‘familisten’ Daniel van Bombergen, Emanuel van Meteren, Johan Radermacher en de Antwerpse kooplieden Marcus Perez en Ferdinando Ximines. ↩︎
- Bonnefanten Museum, Maastricht. Catalogus: Bruegel en tijdgenoten, Kunst als verborgen verzet?, Lars Hendrikman et Dorien Tamis, Uitgeverij Waanders, 2021. ↩︎
Le peintre Léopold Geysen dans son atelier

